Terug naar overzicht
Waterbeheer staat steeds hoger op de agenda van Europese en nationale overheden. Voor industriële bedrijven betekent dit dat de regels rond watergebruik en waterlozingen steeds strenger worden.

Waterbeheer staat steeds hoger op de agenda van Europese en nationale overheden. Voor industriële bedrijven betekent dit dat de regels rond watergebruik en waterlozingen steeds strenger worden. Vooral koelwatersystemen krijgen meer aandacht, omdat ze grote waterstromen verwerken en vaak lozingen op oppervlaktewater veroorzaken.
De belangrijkste Europese wetgeving voor waterkwaliteit is de Kaderrichtlijn Water (KRW). Deze richtlijn werd in 2000 ingevoerd met als doel om alle Europese waterlichamen in een goede ecologische en chemische toestand te brengen.
Volgens de Europese Commissie moest dit doel oorspronkelijk in 2015 worden bereikt, maar veel lidstaten hebben uitstel gekregen tot 2027. Ondanks deze verlenging blijkt dat een groot deel van de Europese wateren nog niet aan de gestelde normen voldoet.
In Nederland voldoet slechts een klein deel van de wateren aan alle KRW doelstellingen, vooral door problemen met nutriënten, chemische stoffen en ecologische kwaliteit (European Environment Agency, Europe’s Waters, 2021).
Industriële lozingen vormen één van de factoren die invloed hebben op de kwaliteit van oppervlaktewater. In open koelsystemen wordt regelmatig spuiwater afgevoerd. Dit water kan opgeloste zouten, chemicaliën en andere stoffen bevatten die tijdens het koelproces zijn toegevoegd.
Volgens Rijkswaterstaat kunnen hulpstoffen uit koelwatersystemen via lozingen in het milieu terechtkomen. Daarom wordt bij vergunningverlening steeds vaker gekeken naar de gebruikte waterbehandelingsmethoden en de mogelijke emissies naar oppervlaktewater (Rijkswaterstaat, Hulpstoffen in open koelsystemen, 2020).
Bij de beoordeling van chemische stoffen in waterlozingen wordt in Nederland vaak gebruikgemaakt van de Algemene Beoordelingsmethodiek (ABM). Deze methode helpt vergunningverleners om te bepalen hoe schadelijk een stof is voor het aquatisch milieu.
De ABM wordt toegepast bij de beoordeling van stoffen die in het oppervlaktewater terecht kunnen komen, bijvoorbeeld via industriële lozingen. Stoffen worden daarbij ingedeeld op basis van hun toxiciteit en afbreekbaarheid.
Koelwatersystemen maken in veel gevallen gebruik van chemicaliën zoals biociden, corrosieremmers en dispersanten. Deze stoffen worden gebruikt om microbiologische groei, corrosie en kalkaanslag te beheersen.
Onderzoek van het RIVM laat zien dat sommige koelwaterbiociden via emissies of lozingen in het milieu terecht kunnen komen. Daarom wordt steeds vaker onderzocht hoe groot de emissies van deze stoffen zijn en welke maatregelen mogelijk zijn om deze te beperken (RIVM, Environmental emission estimation of cooling water biocides, 2019).
Door de KRW doelen en de toenemende aandacht voor emissies wordt vergunningverlening rond koelwaterinstallaties steeds kritischer. Bedrijven moeten beter aantonen welke stoffen zij gebruiken en welke effecten deze stoffen hebben op het milieu.
Ook wordt vaker gekeken naar alternatieve technieken die minder of geen chemicaliën gebruiken. In sommige gevallen kan het bevoegd gezag bedrijven verplichten om te onderzoeken of minder belastende technieken beschikbaar zijn.
De combinatie van strengere regelgeving, waterstress en maatschappelijke druk zorgt ervoor dat de manier waarop industrie met koelwater omgaat verandert. Bedrijven kijken steeds vaker naar technologieën die waterverbruik verminderen en de uitstoot van chemicaliën beperken.
Voor veel industrieën betekent dit dat koelwatersystemen de komende jaren verder zullen worden geoptimaliseerd, zowel vanuit technisch als vanuit milieukundig perspectief.
European Environment Agency. Europe’s Waters: Status and Pressures. 2021.
Rijkswaterstaat. Hulpstoffen in open koelsystemen. 2020.
RIVM. Environmental emission estimation of cooling water biocides. 2019.

De Industrial Vortex Generator (IVG), een manier om koelwater circulair te behandelen