Terug naar overzicht

De invloed van ABM op vergunning-verlening

Schoner oppervlaktewater

·

12/10/2025

De ABM is uitgegroeid tot een bepalend instrument in het waterbeleid. Niet alleen bij nieuwe vergunningaanvragen, maar ook bij het herzien van bestaande vergunningen en bij handhaving.

De invloed van de ABM op vergunningverlening

Bij vergunningverlening voor lozingen op oppervlaktewater wordt niet alleen gekeken naar wat er onder normale omstandigheden wordt geloosd. Bevoegde gezagen kijken ook naar wat er op een bedrijfslocatie aanwezig is en welk risico dat kan vormen voor het watersysteem. In Nederland speelt de Algemene Beoordelingsmethodiek (ABM) hierin een belangrijke rol [1].

Wat is de Algemene Beoordelingsmethodiek

De ABM is een door de overheid vastgestelde methodiek om stoffen te beoordelen op mogelijke schadelijkheid voor het aquatisch milieu. Rijkswaterstaat, waterschappen en omgevingsdiensten gebruiken deze methodiek om te bepalen hoe streng een stof wordt behandeld binnen vergunningverlening en toezicht [1][2]. Centraal staat één vraag: wat gebeurt er als een stof in het oppervlaktewater terechtkomt?

Daarbij wordt onder andere gekeken naar giftigheid voor waterorganismen, afbreekbaarheid en ophoping in het milieu. Op basis van deze eigenschappen worden stoffen ingedeeld in klassen. Hoe hoger de milieubelasting, hoe strenger het beoordelingsregime. Deze indeling is niet vrijblijvend. De ABM bepaalt in hoge mate hoeveel ruimte een bedrijf krijgt binnen de watervergunning.

Van feitelijke lozing naar potentieel risico

Een belangrijk kenmerk van de ABM is dat de beoordeling niet stopt bij de feitelijke lozing. Vergunningverleners kijken nadrukkelijk ook naar stoffen die op een locatie aanwezig zijn, zelfs als die stoffen in de praktijk nauwelijks worden geloosd [2][4]. De reden is eenvoudig: wat aanwezig is, kan in principe ook in het water terechtkomen. Bijvoorbeeld door incidenten en lekkages, onderhoudswerkzaamheden of afwijkende bedrijfsvoering.

Vanuit die gedachte wordt een locatie beoordeeld op het potentiële emissierisico, niet alleen op de dagelijkse situatie. Dit betekent dat ook middelen voor koelwaterbehandeling, procesadditieven en hulpstoffen bij utilities kunnen worden meegenomen in de ABM beoordeling, zelfs wanneer ze slechts in beperkte hoeveelheden worden gebruikt.

Wat betekent dit voor vergunningverlening

Wanneer een bedrijf een vergunning aanvraagt of een wijziging doorvoert, gebruiken waterschappen en andere bevoegde gezagen de ABM om te bepalen of een lozing acceptabel is binnen de doelen van waterbeleid en de Kaderrichtlijn Water [1][3].

Stoffen met een hogere ABM classificatie leiden vrijwel altijd tot aanvullende vragen. Denk aan een onderbouwing van de gekozen stof, een beoordeling van mogelijke alternatieven en aanvullende maatregelen om emissies te beperken of te voorkomen. In sommige gevallen kan dit betekenen dat bepaalde stoffen niet langer wenselijk zijn of zelfs niet meer toegestaan. Dit werkt direct door in lozingseisen, meetverplichtingen en de toepassing van Best Beschikbare Technieken.

ABM geldt ook voor bestaande vergunningen

De ABM is niet alleen relevant bij nieuwe vergunningen. Ook bestaande vergunningen kunnen onder druk komen te staan wanneer stoffen opnieuw worden beoordeeld of wanneer beleid wordt aangescherpt [3].

In de praktijk betekent dit dat bedrijven bij wijzigingen in processen, koelwaterbehandeling of afvalwaterstromen opnieuw moeten kijken naar hun stoffenpakket. Wat jarenlang acceptabel was, kan door veranderend inzicht ineens ter discussie komen te staan. De ABM fungeert daarbij als toetssteen voor actuele milieueisen.

ABM als vast onderdeel van waterbeleid

De ABM is een structureel onderdeel van het Nederlandse waterbeleid. In combinatie met de Kaderrichtlijn Water en aangescherpte handhaving wordt steeds duidelijker dat bedrijven niet alleen verantwoordelijk zijn voor hun lozingen, maar voor het totale stoffenbeeld van hun locatie. Voor organisaties die vooruit willen kijken, betekent dit dat inzicht in stoffen, processen en waterstromen essentieel is. Niet alleen om te voldoen aan de huidige vergunning, maar ook om voorbereid te zijn op toekomstige aanscherpingen.

Bronnen

[1] Rijkswaterstaat. Handreiking Algemene Beoordelingsmethodiek (ABM).
[2] Informatiepunt Leefomgeving (IPLO). Beoordeling stoffen en lozingen.
[3] Rijksoverheid. Beleid Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS).
[4] Rijkswaterstaat. Hulpstoffen en lozingen op oppervlaktewater.
[5] Unie van Waterschappen. Vergunningverlening en stoffenbeleid.

De ABM is een structureel onderdeel van het Nederlandse waterbeleid

De ABM is een structureel onderdeel van het Nederlandse waterbeleid